
Naar aanleiding van 'n klein berichtje in de Boswijzer van november over de viering van 20 jaar Tibet Support Groep Nederland heb ik dit blog uit de archieven opgedoken. De BOS schrijft: "Na 20 jaar is het tijd voor een terugblik maar het gaat ook over de vraag hoe moed te houden in 'n zo uitzichtloze situatie." Van die 20 jaar ben ik er 10 uitermate actief geweest. Om verschillende redenen zag ik me echter gedwongen mijn passie voor MensenRechten, buiten de groep te continueren. Het relaas van Rebecca Novick zou ik als mijn bijdrage voor bemoediging maar ook als kritiek op de passieve houding van Tibetaans boeddhistische instellingen ten aanzien van de Tibetkwestie, in dit 800ste blog nogmaals ter overweging aan willen bieden.
Rebecca Novick: “Ik ontmoette mijn lama op 10 december 1991, Internationale dag van de MensenRechten, tijdens een demonstratie in het spitsuur van Los Angeles. Een jaar later bevond ik me in Dharamsala werkend aan een documentaire over de MRschendingen in Tibet. Ik herinner me dat mijn leraar tegen me zei: “Er is geen verschil tussen spiritualiteit en politiek.” Voordat ik boeddhiste werd had ik geen enkele interesse in de politiek maar ontdekte dat de Tibetaanse Zaak een hoger doel vertegenwoordigde. De Dalai Lama zei eens: “De politieke strijd voor het herstel van de Tibetaanse vrijheid kan niet gezien worden in hetzelfde licht waarin we de doorsnee politiek bekijken.” Hij zei dat de Tibetaanse vrijheid zich op een cultuur concentreert die “beschikt over het potentieel om alle levende wezens geluk te brengen”. Toevlucht nemen in Tibet is een politieke beslissing. De Guru – het vierde juweel – belichaamd de Boeddha, de Dharma en de Sangha. De Dalai lama, waarover de Chinese leiders zeggen dat hij “een monster met een menselijk gezicht is” wordt gezien als de Guru van de meeste Tibetanen. Zelfs het bezit van zijn foto kan aanleiding geven tot arrestatie. Vanwege de geschiedenis van het protest tegen de Chinese bezetting, ziet de CCP het Tibetaans boeddhisme zelf als een opruiend systeem. Maar ook voor de Chinese bezetting vermengden de Tibetanen de Dharma met de politiek. De Tibetaanse vrijheidstrijd wortelt in de Dharma en het is daarom ook geen toeval dat juist de monniken en nonnen het voortouw nemen in de protesten.
Tijdens mijn gesprekken met honderden Tibetanen (overlevenden van de martelkamers en de veteranen van het protest uit Tibet) heb ik verhalen tot me genomen die zowel je hart breken als het helen. Veel van deze mensen vertelden me over hun toepassing van Tonglen; geestelijk lijden en negatieve karma opnemen terwijl ze hun bewakers levensgeluk toewensten. Een jonge non vertelde me hoe ze elke nacht bad dat de bewakers haar, in plaats van haar celgenoten de volgende dag zouden slaan. Ani Pachen beschreef hoe ze, nadat ze uit negen maanden eenzame opsluiting bevrijd werd, de bewakers vroeg de deur weer te sluiten omdat ze haar retraite nog niet had beëindigd. Elke dag opnieuw worden de Mahayanisten onderwezen in het vermogen het wereldleed te dragen. Dit zijn mensen die werkelijk weten hoe te leven en te sterven voor anderen. In het midst van de pijn en de verliezen, inherent aan deze ervaringen, besef ik steeds weer dat de Dharma die we in het Westen 'genieten' voortgekomen is uit rivieren van bloed en tranen die vanuit Tibet de wereld binnengestroomd zijn. Voor mijn verwarde en pijnlijk zelfbewuste westerse geest leken Boeddha's leringen een miraculeuze elixer van gezond verstand en geluk. Ik kon deze niet aanvaarden zonder een degelijk dank je wel. Zodoende begon ik me in te zetten voor de Tibetaanse Zaak en volgde de dharmalessen zo goed als ik kon. Het was niet altijd eenvoudig om een goed evenwicht te vinden en betrapte mezelf op de gedachten dat, als ik mijn leven volledig aan het praktiseren zou toewijden ik een betere leerling zou kunnen worden en als ik mijn leven zou geven aan het activisme ik een betere activist zou kunnen worden. Gelukkig vallen dit soort gedachten me nu niet meer lastig.”
In de maand voorafgaande aan de Tibetaanse opstand in maart dit jaar intensiveerde ik mijn beoefeningen. In plaats van het door mijn verplichtingen jagen, alsof door wolven opgejaagd, vertraagde ik om de betekenis de gelegenheid te geven werkelijk tot me door te dringen. De harmonie van de leegte en het onderling afhankelijke ontstaan, welke zo lang als een prachtig idee op een verre kust hadden gelegen, scheen voor het eerst de belofte van een tastbare werkelijke revolutie in te houden. Ik bracht mijn dagen door met het experimenteren met manieren om deze bevrijdende werkelijkheid in mezelf tot leven te brengen…en toen brak de tiende maart aan. De protesten in Tibet barstten los en werd ik van mijn kussen opnieuw de straten ingesmeten. De verandering voelde geheel natuurlijk alsof de wereldse inspanning eenvoudigweg een continuüm van het geestelijke werk inhield. De spanning die ik ooit tussen beide werkelijkheden gevoeld had scheen volkomen verdwenen te zijn. Het klinkt vreemd, ondanks het emotioneel moeilijke nieuws uit Tibet, leefde er een groots gevoel van vreugde onder mijn medeactivisten. Het voelde als tsundu, enthousiaste inzet. Eenvoudigweg: vreugde in het goeddoen. Het gevoel van kameraadschap onder hen die zich voor Tibet inzetten gaat voorbij leeftijd, ras en cultuur. Dit is niet slechts een Tibetaanse kwestie; het behoort ons allen toe.
Natuurlijk, niet iedereen reageerde op deze manier. Sommige beoefenaars vertrokken voor hun vrede en stilte, weg van de actie naar een plek waar mensen niet de hele dag schreeuwden en marcheerden. Anderen raakten voor het eerst in hun leven betrokken en stonden op straathoeken pamfletten uit te delen. Een dharmavriend die zich gefrustreerd afvroeg wat te doen met zichzelf kwam met het idee om het boddhicitta gebed dat de Tibetanen onafgebroken reciteerden in het Engels te vertalen om deze aan de massaal toegestroomde buitenlandse media te overhandigen. Een eenvoudig maar beduidend idee. Voor mij werd het steeds moeilijker om te zien waar beoefening eindigde en het activisme begon. Ik begon te begrijpen dat een effectieve activist precies dezelfde kwaliteiten nodig heeft als die van een Mahayana beoefenaar: vrijgevigheid, moraliteit, geduld, enthousiaste inzet, concentratie en wijsheid. Gems of the Heart van de Dalai Lama: “Als we door middel van politieke activiteiten met een spirituele oriëntatie levende wezens dienen, volgen we in feite de bodhisattva’s levensweg”. Tijdens het verstrijken van de dagen schenen deze woorden tot leven te komen: de beoefening ging naadloos over in activiteit en activiteit in beoefening. Het deed zich voor als tenjung: afhankelijk ontstaan.
In deze sfeer gaf de Dalai Lama in een hotel in New Delhi aan ongeveer 200 Westerlingen een driedaags onderricht over de leegte. Het was de vierde week in maart, en in het licht van de gebeurtenissen in Tibet, was het opvallend dat het onderricht gewoon doorging. Zijne Heiligheid was zichtbaar afgeleid en verontrust. Tijdens het vraag en antwoordspel leidde een der aanwezigen de olifant de ruimte binnen en vroeg: “Wat kunnen wij doen om Tibet te helpen?” Met een radeloze blik in zijn ogen keek Zijne Heiligheid de kamer rond: “Ik sta machteloos, ik weet het niet”, antwoordde hij. “Misschien kunnen jullie bij jezelf te rade gaan.” Zorgvuldig keek hij alle aanwezigen een voor een aan. Daarna vertelde hij het verhaal van een Franse monnik in de Tibetaanse traditie die hem eens verteld had: “Weet U, ik houd erg veel van de Boeddhadharma, maar ben absoluut niet geïnteresseerd in de Tibetaanse Zaak.” Zijne Heiligheid diende hem van repliek: “De vrijheid van het Tibetaanse volk is een garantie voor het behoud van het Tibetaans boeddhisme. Als je je inzet voor de Tibetaanse Zaak, dan begeef je je in de Nalandastrijd.” Hij refereerde aan het grote universiteit uit het oude India (zie foto) dat het centrum van het Mahayana boeddhisme werd en wedijverde met de grote kloosters in Tibet. De vernietiging van Nalanda door moslimstrijders in de twaalfde eeuw, ging gepaard met een massaslachting onder de monniken en het verbranden van hun bibliotheek, en staat in een griezelige vergelijking met de overname van Tibet acht eeuwen later. De ‘Nalandastrijd’ staat symbool voor de inspanning om waarheid en kennis te behouden in tijden van duisternis. Vandaag de dag wordt deze strijd uitgevochten in de huiskamers van Kham, Amdo en U-Tsang en in de Tibetaanse (en Birmese) kloosters.
Tijdens deze teaching zei Thurman (Amerikaans expert op het gebied van het Tibetaans boeddhisme) tegen me dat degenen die denken dat Tibet een verloren zaak is bewijs leveren van hun gebrek aan voorstellings- vermogen. Hij zei: "De Tibetaanse Zaak is een volledige toewijding aan een bepaalde energiekanalisatie. De Tibetaanse vrijheidbeweging mag niet falen. Het vertegenwoordigd het antigif tegen alle krachten die erop gericht zijn de planeet te vernietigen: commercie, industrialisatie, militarisme en milieuvernietiging.” Daarbij merkte hij op, “is het in zijn geheel genomen een blijde beweging.”
Laatste reacties